Nederlandse kassen zitten vol met roofdieren. En daar is niks mis mee. Het gaat namelijk om insecten. Oorlogszuchtig trekken ze ten strijde tegen nare plaaginsecten die tomaten- en komkommerplanten belagen. Het zijn eigenlijk natuurlijke beschermers van de groenten. Als deze jagers langs zijn geweest, weet je zeker dat jouw tomaten en komkommers brandschoon zijn.
Je wist het misschien niet, maar het is een ware jungle in onze kassen, een heus ecosysteem waar een oorlog tussen goed en kwaad wordt uitgevochten. De plaaginsecten hebben aansprekende namen als taxuskever, wolluis, witte vlieg en varenrouwmug. Maar deze rotbeesten kunnen flinke schade veroorzaken aan bijvoorbeeld tomaten, paprika’s en komkommers.
Dat is natuurlijk niet goed voor de opbrengst. Omdat spuiten met chemische middelen een naar klusje is, werken veel glastuinders met natuurlijke vijanden. Oftewel; de kwekers laten regelmatig een horde roofdieren in hun kas los. Dat is een veel betere oplossing dan de inzet van chemische middelen. Functionele biodiversiteit heet deze strategie met een duur woord. De koningen van de kassenjungle zijn de roofmijten, die met veel enthousiasme de schadelijke insecten te lijf gaan.
Het is wel een hele wetenschap, die biologische bestrijding. Het is hogere ecologie op microformaat, soms moet de tuinder met een vergrootglas kijken of hij met een boosdoener of een held te maken heeft... Maar het is absoluut de moeite waard. Dankzij de roofmijten en roofwantsen maakt de Nederlandse glastuinbouw erg weinig gebruik van chemicaliën. En zijn onze tomaten en komkommers dus super schoon. Dan eet toch veel lekkerder?


